Project

1H4F - ESBL attributie

Op zoek naar de bronnen van antibioticaresistentie bij de mens

ESBLs staat voor Extended-Spectrum Beta-Lactamases. Dit zijn enzymen, die door bacteriën worden geproduceerd en die voor mens en dier belangrijke antibiotica (penicillines en cefalosporines) afbreken. Hoewel de term ESBL strikt genomen staat voor de enzymen, wordt deze term ook gebruikt om de bacteriën zelf aan te duiden.

De bacteriën die ESBLs kunnen produceren zijn vaak gewone darmbacteriën (bijvoorbeeld Escherichia coli). Zulke bacteriën zijn onschadelijk zolang ze zich in de darm bevinden van gezonde personen of dieren (dragers), maar kunnen ook infecties veroorzaken in patiënten. Infecties met ESBL-producerende bacteriën zijn zowel bij dieren als bij de mens moeilijker te behandelen.

Om in de toekomst adequate maatregelen te kunnen treffen tegen deze zorgwekkende ontwikkeling is meer onderzoek nodig naar ESBL’s:

  • Hoe vindt overdracht van ESBL’s plaats?
  • Welke dieren en dierlijke producten spelen een rol bij de blootstelling van mensen aan ESBL’s?
  • Waar en in welke mate komen ESBL’s voor op boerderijen, slachterijen en verdere verwerking van dierlijke producten?
  • In welke mate zijn boerderijen, slachterijen en andere verwerkingsindustrieën verantwoordelijk voor besmetting met ESBL’s van het eindproduct ?
  • Zijn er nog andere bronnen voor overdracht van ESBL’s op mensen. Te denken valt aan contact tussen mensen onderling, huisdieren, ziekenhuizen, reizen.
  • Wat is het effect van het terugbrengen van ESBL’s in de productieketen op de belasting van het product en daarmee op de blootstelling van de mens?:

Mensen kunnen ESBL’s op vele manieren binnenkrijgen; het bekendste is overdracht op mensen die opgenomen zijn in ziekenhuizen of verpleeghuizen. De bijdrage vanuit de dierhouderij aan dit volksgezondheidsprobleem is nog onbekend.

Door te kijken naar de genetische verwantschap tussen ESBL’s die bij de mens infecties geven en die bij dieren worden gevonden kan bekeken worden of er sprake is van een gemeenschappelijke bron. Uit deze verwantschap blijkt onder andere dat 10-30% van de ESBL’s in E. coli-bacteriën die infecties geven bij de mens uit de veehouderij afkomstig zou kunnen zijn.

Mogelijk spelen ook andere bronnen een rol bij de blootstelling van mensen aan ESBL’s: import uit het buitenland, plantaardige producten, het milieu, direct contact, circulatie van ESBL’s in ziekenhuizen. Wat de belangrijkste overdrachtsroutes zijn van dieren naar de mens en waar we het beste kunnen ingrijpen, bijvoorbeeld in de boerderijfase of tijdens het slachten is nog onbekend.

De verspreiding van ESBL’s is uiterst complex. Dit komt omdat genen van de bacterie die ervoor zorgen dat zij ESBL’s gaan produceren, tussen bacteriën uitgewisseld worden. Het voorkomen van ESBL’s bij mensen en dieren is het gevolg van een combinatie van factoren.

Antibioticumgebruik, zowel humaan als veterinair, is de belangrijkste factor omdat dit leidt tot selectie van ESBL’s. Vooral de cefalosporinen (b.v. Excenel, Naxcel, Cobactan) vormen een risico, maar ook andere antibiotica kunnen voor een competitief voordeel van ESBL-dragende bacteriën zorgen. In Nederland bestaat er een grote tegenstelling tussen antibioticumgebruik bij de mens (laag gebruik) en dieren (hoog gebruik).

Het terugbrengen van het antibioticagebruik in de dierhouderij is een belangrijk onderdeel van het overheidsbeleid sinds 2008. De diersectoren hebben uitgebreide maatregelen genomen om het gebruik van antibiotica te reduceren. Dit heeft in 2012 geleid tot een reductie van 56% in verkochte antibiotica voor gebruik in dieren ten opzichte van het topjaar 2007. Dit is een belangrijk resultaat en lijkt te leiden tot een reductie van het voorkomen van ESBL’s in pluimvee (MARAN-2013). In andere diersoorten is het percentage bedrijven dat ESBL-positief is groter of gelijk aan 50% (MARAN-2013).

Ook in wilde vogels en oppervlaktewater worden ESBL’s gevonden. Dit wijst erop dat het Nederlandse ecosysteem zwaar met ESBL’s is belast. Dit betekent helaas ook, dat reductie in antibioticumgebruik alleen - hoe belangrijk ook - voorlopig geen totaaloplossing lijkt te zijn om de verspreiding van ESBL’s vanuit verschillende reservoirs te voorkomen.