Project

1H4F - Kansen voor het Kalf in de Keten

In het project Vitaal & Gezond Kalf (VGK) werken kennisinstellingen en het bedrijfsleven gezamenlijk aan het verbeteren van de weerbaarheid en het herstellend vermogen van jonge kalveren.

In de praktijk verloopt de kalveropvang en -opfok veelal verre van optimaal. Dit resulteert in een tegenvallende ontwikkeling van kalveren, gezondheidsproblemen en een hoge uitval. Een goede opfok van het vaarskalf is essentieel voor haar latere prestaties als melkkoe en een goede opvang van het stierkalf op het melkveebedrijf leidt tot een weerbaarder kalf verderop in de keten. Op dit terrein hebben de melkvee- en vleeskalversector een gedeeld belang.

De opvang en opfok van kalveren staat ook maatschappelijk in de belangstelling (denk aan de ‘kalf bij de koe’ discussie). Voor een toekomstbestendige melkveesector is maatschappelijke waardering erg belangrijk. In dit project leveren kennisinstellingen samen met de zuivel- en primaire sector hun bijdrage aan de maatschappelijke discussie.

Samenwerking in de keten intensiveren

De melkveesector wil door de samenwerking in de keten te intensiveren een significante bijdrage leveren aan een betere gezondheid en welzijn van het kalf en het antibioticagebruik verder verlagen. Om dit doel te bereiken ontwikkelen kennisinstellingen en bedrijfsleven gezamenlijk in het project Kansen voor het Kalf in de Keten (K3) kennis en inzichten gericht op het verhogen van de weerbaarheid en vitaliteit van het jonge kalf op het melkveebedrijf en innovaties in de keten.

Project K3

Het project K3 richt zich op de eerste levensweken van het stierkalf (tot het verlaten van het melkveebedrijf) en de opfok van het vaarskalf (tot eerste keer afkalven). Uiteindelijk doel van het project K3 is om door het verbeteren van de opfok van kalveren, hun weerbaarheid (weerstand en herstellend vermogen) en hun aanpassingsvermogen aan verschillende houderijsystemen te verhogen om zo een significante bijdrage te leveren aan de gezondheid en welzijn (↑, optimaliseren) en noodzaak om antibiotica in te zetten verder te reduceren.

K3 heeft 3 werkpakketten:

  • Werkpakket I wil biestkwaliteit en -management m.b.t. verstrekking van biest, melk en/of melkvervangende producten op het melkveebedrijf optimaliseren.
  • Werkpakket II wil nieuwe inzichten ontwikkelen m.b.t. de rol van koe-kalf en kalf-kalf contact / interactie (nutritioneel, microbieel, immunologisch, gedragsmatig, hormonaal) in relatie tot gezondheid en welzijn van het jonge kalf. Deze inzichten worden vertaald naar mogelijke innovaties in huisvesting en management voor de reguliere opfok op het melkveebedrijf en het vleeskalverbedrijf.
  • Werkpakket III wil de transitietijd tussen melkveehouder en kalverhouder drastisch reduceren, en een keteninformatiesysteem (KIS) evalueren waarmee systematisch informatie over de (gezondheids)status van het kalf in de keten kan worden uitgewisseld en geanalyseerd.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door middel van deskstudie, enquête, semi-gestructureerde interviews en een aantal gecontroleerde experimenten.

Resultaten

Het project levert nieuwe wetenschappelijke inzichten op en voor de praktijk handelingsperspectieven in de vorm van concrete handvatten (tools) / best-practices om de kalveropvang en -opfok op het melkveebedrijf verder te optimaliseren (werkpakketten I en II), waarvan de rest van de keten ook profiteert.  Daarnaast resulteert het project in nieuwe ketenconcepten gericht op het verkorten van de transitietijd en het reduceren van kritische transitiemomenten tussen melkvee- en vleeskalverbedrijf (werkpakket III).

De tools / uitleesparameters m.b.t. de gezondheidsstatus c.q. kwaliteit van het kalf op verschillende momenten in de keten zijn eveneens resultaten. Zij vormen de basis voor (a) het leggen van relaties tussen diergegevens vastgelegd op het melkveebedrijf en prestatiekenmerken van het kalf verderop in de keten; (b) de ontwikkeling van een selectie instrument voor kalveren op het melkveebedrijf t.b.v. nieuwe strategieën voor het indelen en opzetten van kalveren op het vleeskalverbedrijf; en (c) het gericht verbeteren van de gezondheid van het kalf, het verbeteren van het ketenrendement en verdere reductie van het antibioticagebruik (conform de maatschappelijke vraag).

De resultaten zullen worden gepresenteerd in een rapport, wetenschappelijke en vakbladartikelen, andere relevante en gewenste vormen.